De vaste vlindersoorten in de vlindertuin

Atalanta (Vanessa atalanta)

Vrij grote vlinder, veel voorkomend in de vlindertuin. Deze is te herkennen aan z’n zwarte vleugels met aan de punten witte vlekken en een oranjerode band. Z’n waardplanten zijn de grote en kleine brandnetel, deze heeft de vlinder nodig, voor haar eieren en voedsel voor de rupsen. Wist u dat deze vlinder een trekvlinder is, de laatste generatie van een seizoen vliegt naar het zuiden van Europa om te overwinteren en in het voorjaar weer in grote getalen te verschijnen. Levenscyclus: April-November


Dagpauwoog (Aglais io )

Een roodbruine middelgrote vlinder met de opvallende oogvlekken op de vleugels. De Dagpauwoog is een stand vlinder en overwintert tussen de waardplant en op bomen. Waardplant is de grote brandnetel. In maart zien wij de overwinterende generatie, hieruit komen de nieuwe vlinders die dan tot oktober te zien zijn waarna de cyclus weer in het nieuwe seizoen opnieuw begint. In het voorjaar houden de mannetjes territorium gevechten onder elkaar.